Slottje P., Yzermans C.J., Korevaar J.C., Hooiveld M., Vermeulen R.C.H. (2014). The population-based Occupational and Environmental Health Prospective Cohort Study (AMIGO) in The Netherlands. BMJ Open 4:e005858;http://dx.doi.org/10.1136/bmjopen-2014-005858

Het eerste wetenschappelijke artikel over AMIGO is inmiddels gepubliceerd. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de unieke opzet van AMIGO. De karakteristieken van de AMIGO deelnemers zijn ook beschreven, en wat blijkt? AMIGO deelnemers zijn gemiddeld net iets ouder en hoger opgeleid dan de algemene bevolking en net zo gezond als de algemene bevolking. De deelnemers zijn een goede weerspiegeling van de algemene bevolking in Nederland. Dit is goed voor het onderzoek omdat we zo onze resultaten kunnen vertalen naar de algemene bevolking.


Martens, A. L., Bolte, J. F. B., Beekhuizen, J., Kromhout, H., Smid, T., & Vermeulen, R. C. H. (2015). Validity of at home model predictions as a proxy for personal exposure to radiofrequency electromagnetic fields from mobile phone base stations. Environmental Research, 142, 221-226. https://doi.org/10.1016/j.envres.2015.06.029

Bij een gezondheidsonderzoek zijn vaak veel deelnemers nodig om gezondheidseffecten goed te kunnen onderzoeken. Bij grote aantallen deelnemers is het niet mogelijk om de blootstelling bij iedereen te meten, daarom zijn er modellen ontwikkeld die de blootstelling aan zendmasten voor mobiele telefonie kunnen berekenen. In dit onderzoek hebben we gekeken of de blootstelling aan zendmasten betrouwbaar kan worden berekend. De 93 deelnemers kwamen uit het noordwesten van Nederland en waren tussen de 18 en de 82 jaar oud. Ze droegen 24 uur lang een meetapparaat mee tijdens al hun activiteiten: thuis, onderweg, op hun werk, enz. De gemeten blootstelling is vergeleken met de berekende blootstelling. De blootstelling is berekend op het huisadres, met behulp van gegevens over de locatie en kenmerken van zendmasten, locatie woning en hoogte van de slaapkamer, en kenmerken van de omgeving zoals de aanwezigheid van andere gebouwen tussen de zendmast en de woning van de deelnemer. De berekende blootstelling kwam redelijk overeen met de gemeten blootstelling. Wel had het onderzoek beperkingen, omdat de blootstelling vaak te laag was om gemeten te kunnen worden door het meetapparaat. Daarom is een vervolgonderzoek uitgevoerd, zie hieronder.


Martens, A. L., Slottje, P., Meiema, M. Y., Beekhuizen, J., Timmermans, D., Kromhout, H., … Vermeulen, R. C. H. (2016). Residential exposure to RF-EMF from mobile phone base stations: Model predictions versus personal and home measurements. Science of The Total Environment, 550, 987-993. https://doi.org/10.1016/j.scitotenv.2016.01.194

Dit is een vervolgonderzoek op het meetonderzoek dat hierboven is beschreven. In dit onderzoek hebben we gekeken of de blootstelling aan zendmasten voor mobiele telefonie betrouwbaar kan worden berekend met een model. De 48 deelnemers kwamen uit de regio Utrecht. Ze droegen 48 uur lang een meetapparaat mee. De gemeten blootstelling is vergeleken met de berekende blootstelling. De blootstelling is berekend op het huisadres, met behulp van gegevens over de locatie en kenmerken van zendmasten, locatie woning en hoogte van de slaapkamer, en kenmerken van de omgeving zoals de aanwezigheid van andere gebouwen tussen de zendmast en de woning van de deelnemer. In dit vervolgonderzoek worden nog iets betere gegevens gebruikt om de blootstelling te berekenen dan in het eerste onderzoek. De berekende blootstelling kwam best goed overeen met de gemeten blootstelling. In dit onderzoek is een meetapparaat gebruikt dat ook lage blootstellingen goed kan meten. Deelnemers zijn niet altijd thuis. Daarom is het de vraag of blootstelling op het huisadres wel een goede schatting is van de totale blootstelling. Om die vraag te beantwoorden hebben we ook onderzocht wat de invloed is van de tijd die deelnemers buitenshuis doorbrengen op de nauwkeurigheid van de berekende blootstelling. De tijd buitenshuis had weinig invloed op de nauwkeurigheid van de berekende blootstelling. De conclusie van dit onderzoek is dat het berekenen van blootstelling op het huisadres een geschikte methode is om blootstelling te schatten in onderzoek naar gezondheidseffecten.


Martens, A. L., Slottje, P., Timmermans, D. R. M., Kromhout, H., Reedijk, M., Vermeulen, R. C. H., & Smid, T. (2017). Modeled and Perceived Exposure to Radio-Frequency Electromagnetic Fields From Mobile-Phone Base Stations and the Development of Symptoms Over Time in a General Population Cohort. American Journal of Epidemiology, 186(2), 210-219. https://doi.org/10.1093/aje/kwx041

In dit onderzoek hebben we onderzocht of berekende blootstelling aan zendmasten voor mobiele telefonie samenhangt met gezondheidsklachten. Van alle bijna 15000 AMIGO deelnemers is de blootstelling op het huisadres berekend voor de jaren van 2011 tot 2015. Hiervoor zijn gegevens gebruikt zoals de gps coördinaten van het woonadres, op welke verdieping de slaapkamer was, en gegevens van zendmasten. Ook hebben de deelnemers in de vragenlijsten ingevuld in welke mate zij gezondheidsklachten zoals misselijkheid, duizeligheid, en hoofdpijn ervaren, en in welke mate zij zelf dachten te worden blootgesteld aan zendmasten. Er was geen samenhang gevonden tussen berekende blootstelling en gezondheidsklachten. We hebben de berekende blootstelling vergeleken met de ervaren blootstelling. Het bleek dat deelnemers hun blootstelling niet zelf kunnen inschatten. Wel hadden mensen met een hogere ervaren blootstelling meer gezondheidsklachten. Mogelijk worden mensen met meer gezondheidsklachten zich bewuster van mogelijke gezondheidsrisico’s in hun woonomgeving. Ook kan het omgekeerde placebo effect een rol spelen, waarbij mensen meer gezondheidsklachten krijgen bij verwachte blootstelling aan een mogelijk gezondheidsrisico. Ongeveer 75% van de deelnemers dacht dat hun blootstelling aan zendmasten laag was, en dat deze blootstelling geen risico vormt voor de gezondheid.


Porsius, J. T., Martens, A. L. , Slottje, P., Claassen, L., Korevaar, J. C., Timmermans, D. R. M., … Smid ,T. (2015). Somatic symptom reports in the general population: Application of a bi-factor model to the analysis of change. Journal of Psychosomatic Research, 79(5), 378-383. https://doi.org/10.1016/j.jpsychores.2015.09.006

De kern van dit onderzoek gaat om de vragenlijst die gebruikt wordt om gezondheidsklachten te meten in AMIGO. Er zijn gegevens gebruikt van de deelnemers aan de vragenlijsten van 2011 en 2012. Er is onderzocht of verschillende groepen mensen de klachtenvragenlijst op een vergelijkbare manier interpreteren en invullen. Ook is onderzocht hoe een dergelijke vragenlijst het best kan worden gebruikt in onderzoek. Zo zijn de voor- en nadelen besproken van het onderzoeken van gezondheidsklachten per klacht, of juist het totaal van alle klachten, of het analyseren van klachten in bepaalde groepjes, zoals alle buikklachten bij elkaar. Over de jaren heen blijft het totale aantal gezondheidsklachten bij de meeste mensen redelijk constant. Wel verschilt het welke klachten deelnemers precies ervaren.